Begeleiding en persoonlijkheid

Begeleiding en persoonlijkheid

Ik fietste afgelopen dinsdag achter een moeder en haar dochter. Ik zag hoe de moeder haar dochter een beetje vooruit duwde terwijl ze fietste. De bekende hand achter de rug. Er stond best een sterke tegenwind, dus ik begreep het wel. De korte fietstocht naar ons kantoor is voor mij altijd een wervelwind van gedachten en ideeën. Ook hier gaf dit beeld van de fietsende moeder en dochter mij een metafoor voor een idee dat ik al langer heb. Dit gaat over de interactie tussen de begeleiding en opvoeding die iemand krijgt, zijn persoonlijkheid en de verschillen in werkzaamheid ervan.

De hand op de rug betekent voor mensen verschillende dingen. Afhankelijk van meerdere factoren – waaronder persoonlijkheidskenmerken – reageren mensen hier verschillend op. Dit betekent ook dat hoogbegaafdheid, onderpresteren en een passende benadering voor verschillende mensen ook verschillende dingen betekent.

Dankjewel, ik neem het stokje over

Een deel van de kinderen zal het fijn vinden om een hand op de rug te hebben. Ze blijven hard fietsen binnen hun eigen mogelijkheden. Op het moment dat het minder hard gaat waaien of ze zelf beter kunnen fietsen geven ze aan dat het niet meer nodig is, of fietsen de hand voorbij.

Dit zijn de autonome kinderen die eigendom ervaren van hun eigen proces. Ze kennen hun krachten en voelen er grip over. Ze blijven onder begeleiding hun eigen doelen stellen en ervaren dit als persoonlijke doelen.

Bah, ga weg!

Een deel van de kinderen ergert zich aan de hand. Ze raken gefrustreerd op de moeder en schudden de hand weg. Dan gaan ze harder fietsen om eens goed te laten zien dat ze het zelf kunnen. Als iemand de hand dan alsnog neerlegt ontstaat er een conflict en ervaren ze wantrouwen in hun eigen kunnen.

Dit zijn autonome kinderen met een meer rebelse kant. Deze blijven wel eigendom houden over hun eigen doelen, maar ervaren irritatie in externe aansturing. Ze zijn vatbaarder voor competitie en de mening van anderen. Dit activeert hen om harder hun best te doen, omdat ze eigen verantwoordelijkheid blijven dragen.

Nou, dan niet!

Er is een andere groep geïrriteerde kinderen die stopt met fietsen. Als het zo moet, dan toch niet! Ik vind jouw hand zó stom dat ik niet meer wil fietsen. Ik ga in de berm zitten mokken en wachten tot de wind voorbij is. Dan is het niet meer nodig en gaat het mij makkelijk af. Stom.

In dit geval wordt de ander dusdanig belangrijk dat een kind eigendom over zijn doel kwijtraakt. Het gaat om het conflict en niet meer om het doel. Dit zijn rebelse kinderen met minder autonomie die sterker reageren op aansturing. Ze geven hun eigen doel op om het conflict aan te gaan en tegengas te geven in de relatie.

He, lekker, fijn

Sommige kinderen gaan wat meer hangen in de hand. Ze ervaren het als fijn en veilig om ondersteund te worden. Ze ervaren geen frustratie rondom de hulp en verminderen in dit proces hun eigen inzet. Daarin zijn gradaties te bedenken, waarin een kind volledig stopt met trappen of gewoon relaxter doorjakkert. Hun volledige vermogens zetten ze in ieder geval niet in en deze leren ze ook niet kennen.

Dit zijn kinderen die meer vatbaar zijn voor onderduiken, aanpassen en onderschatting. Ze reageren volgzamer en passiever op de aansturing van anderen en ervaren oprecht weinig tot geen frustratie. Hierin kan een interactie ontstaan van passiviteit die uitlokt om ze meer te helpen en te begeleiden. Zo houd je elkaar mooi in stand. En het persoonlijke doel met eigendom van dit kind is weg.

Help! Een hand! Ik durf niet meer!

Een laatste groep kinderen ervaart de hand als een indringing en beoordeling. Schijnbaar vind jij dat ik het niet kan of moet ik het beter doen. Dit is een reden om het eigen doel en aandacht voor het eigen fietsen te verliezen. De aandacht gaat op jou en jouw mening.

Ook deze kinderen zijn vatbaar voor passiviteit, aanpassen en onderduiken. Meer op een perfectionistische manier en sociaal gevoelig. Deze kinderen ervaren tevens weinig eigendom over hun doel en maken externe beoordeling hier leidend in.

De moeder doet hetzelfde

Natuurlijk moeten we de persoonlijkheid van de moeder niet vergeten. Ook die heeft een reden waarom ze de hand neerlegt, begeleidt, opvoedt en wil helpen. Voor haar kan dit ook verschillende dingen betekenen, waardoor ze meer of minder geneigd is om de hand te houden of te stoppen. Irritatie, angst, perfectionisme, sociale wenselijkheid of doorjakkeren kunnen hier verschillende voorbeelden van zijn. Ook (juist) in begeleiding en opvoeding is het belangrijk om stil te staan bij je eigen onderliggende drijfveer en motivatie.

 

Ongeacht de persoonlijkheid en interactie die hieronder zit blijf ik een voorstander van het stimuleren van autonomie en eigendom. Soms gaat een kind dan op zijn neus en ik wil juist uit blijven stralen dat ik een kind in staat acht die val te incasseren. Ik probeer daarbij deze patronen te zien en me niet uit te laten lokken om iemand zielig of irritant te vinden. Dat helpt om een kind zijn eigen krachten en persoonlijkheid te leren kennen. In wezen zou dus eenzelfde aanpak grofweg passend zijn voor verschillende kinderen, waarbij er natuurlijk altijd nuances zitten. Dit is niet een simpel antwoord en zal het ook nooit worden. Dat maakt het juist zo interessant.

Disclaimer: Pas op om nu meteen de denken ‘ooooh, mijn kind is écht dat ene profiel!’ en dit één op één toe te passen. Kijk naar de dynamiek met jezelf en houdt verschillende opties open. Ik ben er inmiddels een beetje allergisch voor als mensen mijn woorden uit verband rukken en ongenuanceerde dingen ermee doen. Dus met deze boodschap de kleine hoop dat dit niet zo zal zijn.

Geen reactie's

Geef een reactie