Provocatieve therapie bij hoogbegaafden

Provocatieve therapie bij hoogbegaafden

Hoogbegaafde mensen zijn ingewikkelde cliënten. Ze maken het zichzelf ook zo lekker moeilijk. Ze weten het vaak beter, hebben veel tegenargumenten, hebben alles al geprobeerd en alles opgezocht over de problematiek die ze denken te hebben. Ga daar maar eens hulpverlening aan bieden, in de hoop dat ze je nog serieus nemen… Nou, graag! Maar dan niet op de ‘normale’ manier. Ik kan inmiddels niet anders dan provocatieve therapie gebruiken in mijn werk, juist voor hoogbegaafde mensen.

Wat is provocatieve therapie?

Vaak wordt er gesproken over provocatief coachen. Dat is het ook, maar als psycholoog in de praktijk zou ik het wel echt therapie durven noemen. De provocatieve manier van werken bestaat uit drie basiselementen: warmte, humor en uitdaging.

Er zijn veel mensen die dit voor mij al eerder en veel beter hebben uitgelegd dan ik zelf zou kunnen, dus daar verwijs ik graag naar. Belangrijk wel om te noemen dat provocatieve gespreksvoering niet afzeiken of sarcasme is. Juist heel open en erkennend, maar zonder een fluwelen handschoen.

De hoogbegaafde cliënt

Ik zie veel mensen, jong en oud, die al ontzettend veel hulpverleners hebben gehad voordat ze bij mij komen. Vaak zie ik hierin een teleurstelling in de medemens en in de GGZ. Ze voelen zich niet gehoord en hebben vaak het gevoel dat hun problematiek niet écht begrepen wordt. Veel hoogbegaafde mensen zijn hiernaast in staat om nuances in sociale situaties te doorzien, dus zij merken het als iemand niet bij ze aansluit in contact of niet volledig oprecht is. Dat is in een hulpverleningsrelatie zeker een ingewikkeld punt. Hoogbegaafde cliënten geven zich dus niet makkelijk over aan een hulpverlener en stappen niet makkelijk volledig in de cliëntrol. Ze zijn je altijd tien stappen voor en hebben een hoge lat voor zichzelf, dus ook voor jou. Dan kan ik maar beter niet door de mand vallen! Uiteindelijk geeft dit het risico dat cliënten weerstand hebben voor de behandelaar of ja zeggen en nee doen.

Hiernaast komen specifieke thema’s vaak langs bij hoogbegaafde mensen, die een hulpverleningsrelatie kunnen verstoren. Thema’s als:

  • Ik wil erkenning voor mijn hoogbegaafdheid, dat kan alleen een hoogbegaafd persoon mij bieden
  • Andere mensen snappen mij niet
  • Ik ben teleurgesteld in een groot deel van de bevolking en heb daar veel reden voor
  • Ik heb veel bewijs dat andere mensen niet te vertrouwen zijn en mij niet kunnen of willen helpen
  • Ik moet alles zelf oplossen, want ik overzie meer dan de rest
  • Waarom hebben andere mensen het wel makkelijk en ik niet, terwijl ik eigenlijk beter heb nagedacht over mijn keuzes dan een ander?

 

Deze thema’s wil ik zeker serieus nemen, omdat veel mensen hier ontzettend eenzaam, ongelukkig en wanhopig door worden. Dit moet besproken kunnen worden zonder oordeel, omdat het makkelijk is om dit als superieur gezeur te zien. Ik wil het echter weer niet zó serieus nemen dat het allemaal heel zwaar wordt en ik een slachtofferrol bevestig. Daar help ik iemand namelijk niet mee, want dan wordt de kloof tussen hem en de ander veel groter. En de hoogbegaafde mensen worden er zelf ook geen gezelligere mensen op als ze zwelgen. Ik moet mijn eigen werk ook een beetje leuk blijven vinden!

 

Cliënt: Ik moet het ook echt zelf oplossen, want wie gaat het anders doen?

Therapeut: Je hebt helemaal gelijk! Sorry hoor, maar jij weet zelf ook wel dat je omringd wordt door achterlijke imbecielen die nog net hun broek omhoog kunnen houden. Jij MOET het zelf oplossen. Al zouden ze je willen helpen, dan maken ze het alleen maar erger!

Cliënt: Ja, dat is wel zo, maar ik ben echt op. Ik kan niet meer alles alleen doen.

Therapeut: Maar je MOET! Wil jij je leven laten verstieren door je te laten helpen door mensen die écht te dom zijn?

Cliënt: Nou, nee. Ik wil echt niet meer zelf alles doen! Ho ho, ik moet helemaal niks.

Therapeut: Maar goed dat de zelfbediening steeds verder uitgedacht wordt, dan kun je nog meer zelf gaan doen. Eindelijk vrij van imbecielen.

Cliënt: Haha, nee alsjeblieft niet zeg, niet nog meer!

 

Door het goede verhaal heen prikken

Ik kan het veel hulpverleners ook niet kwalijk nemen, want het wordt je vaak afgeleerd om intuïtieve impulsen te volgen. Dus als ik denk als hulpverlener dat jij mijn adviezen toch niet gaat opvolgen, dan is het mijn taak om motiverende gespreksvoering toe te passen om je verder te helpen. Dan werken we jouw weerstand door totdat je wel de tips naar een gezond en gelukkig leven gaat toepassen. Als provocatief therapeut moet je leren om dat te durven benoemen en inzien dat dat óók helpend is.

 

Therapeut: Ja, ik weet niet, maar als ik jou nu een tip ga geven om meer tijd voor jezelf te nemen, ga je die dan doen? Ik geloof er helemaal niks van.

Cliënt: Nouja, als ik denk dat het werkt, dan natuurlijk wel.

Therapeut: Ja! Dus jij bepaalt eerst of mijn tip goed genoeg is? Pfoe, dan voel ik gelijk de druk al om iets heel goeds te bedenken…. Want jij bent ook niet op je achterhoofd gevallen en hebt vast al heel veel geprobeerd…

Cliënt: Tja, daar heb je wel gelijk in. Nou, als je een tip hebt.

Therapeut: Ik weet niet of ik dat wel aankan hoor. Dan bedenk ik straks iets met heel veel moeite en dan krijg ik meteen de klap terug dat het niet goed genoeg is voor jou… Ik weet niet of ik dat wel durf. Volgens mij ben jij ook wel echt een heftig geval, dus werken de dingen die voor normale mensen werken niet voor jou. Dan moet ik wel iets heel bijzonders bedenken dat zelfs voor jou werkt! Ik weet niet of ik zo’n bovenmenselijke verwachting aankan!

Cliënt: Haha, nou zo erg is het allemaal niet hoor.

 

Hetzelfde geldt voor het hebben van een onderbouwd, genuanceerd en weldoordacht verhaal over je eigen problematiek. Daar zijn hoogbegaafde mensen ontzettend goed in! Eigenlijk is de volledige problematiek al verklaard en gediagnosticeerd als ze binnen komen. Fijn, ik hou altijd van belezen mensen die hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Wat ik wel merk, is dat deze mensen zichzelf volledig klem kunnen zetten in onderbouwde feiten en daarmee hun problematiek in stand houden.

 

Cliënt: Tja, ik ben altijd wel een aanpasser geweest natuurlijk.

Therapeut: Oh, maar dan gaat dat toch ook niet veranderen. Het is een essentieel onderdeel van je identiteit. Jij BENT een aanpasser. Dan moet je nu niet opeens op je vijfenveertigste iets anders gaan doen toch?

Cliënt: Maar daar kan ik me toch wel in ontwikkelen?

Therapeut: Nee, hoezo? Jij BENT toch een aanpasser?

Cliënt: Hoezo?! Ik ben toch wel meer dan gewoon een aanpasser? En weet je, ik heb gewoon niet zo’n zin meer om me aan te passen!

Therapeut: Maakt het uit of jij zin daarin hebt? Je kunt niet ontsnappen aan je eigen identiteit. Je BENT een aanpasser.

Cliënt: Ach hou toch op, ik BEN helemaal geen aanpasser. Ik hou gewoon niet van ruzies.

 

De verwarring

De twee basisreacties die te verwachten zijn vanuit provocatieve therapie zijn acceptatie of verzet. Je accepteert het zoals het is en hebt minder behoefte om het op te lossen. Stiekem kun je ook om jezelf lachen. Of, er komt in jezelf een forse weerstand op de dankpatronen en het gedrag dat je lange tijd liet zien. Hopelijk ook met een stukje humor. Dit is een haast instinctief sterke reactie die meteen op gevoelsniveau zit. Voor hoogbegaafde mensen is deze heel belangrijk, omdat zij lang kunnen analyseren, evalueren, reflecteren zonder een stap verder te komen. Binnen provocatieve therapie maak je veel gebruik van verwarring. De therapeut zegt iets wat je niet verwacht en geeft je een lachspiegel waar moeilijk op de anticiperen is. Hierdoor heb ik de overtuiging dat veel hoogbegaafde mensen aanzienlijk sneller naar hun gevoel en eigen aansturing komen. Daarmee zijn ze veel beter geholpen dan het extra overdenken en nuanceren van de snelle en complexe gedachten die ze zelf al hadden.

Vaak treedt er bij provocatieve therapie een vertraagd effect op. Niet in de sessie zelf, maar in de dagen erna wordt duidelijk wat de echte stappen zijn die de cliënt gaat zetten. Dat is helemaal prima, omdat deze stappen vanuit eigen aansturing en intuïtie zijn. Deze zijn niet altijd sociaal wenselijk of voorspelbaar, maar de persoon zelf is er uiteindelijk mee geholpen.

 

Cliënt: Ik heb daar nog eens over nagedacht wat je zei, maar ik ben echt geen loser die niks kan. Dus daar hoef je niet meer mee aan te komen. Ik voel me soms een loser, maar ik ben het niet.

 

Mijn stellige overtuiging is dat provocatieve therapie een belangrijk onderdeel is van de hulpverlening voor mensen. En zoals ik het in de praktijk zie, specifiek ook voor hoogbegaafde mensen. Het geeft mensen kracht en zelfsturing op een respectvolle, leuke manier. Dan zijn er vast hoogbegaafde mensen die zich hier verder in willen verdiepen. Die verwijs ik graag naar de volgende boeken van Jeffrey Wijnberg (een selectie van de vele boeken die hij hierover geschreven heeft)*:

Dictatuur van het geluk

Hoe erger hoe beter

Dit is niet het leven dat ik heb besteld

 

Door Lisanne van Nijnatten (Msc)

 

*Praktijk de Blik verdient geen commissies aan deze links

Geen reactie's

Geef een reactie